Meer dan de helft van de
volwassen Nederlanders is te dik

Dat Nederlanders steeds dikker worden en dat overgewicht en obesitas een steeds groter probleem worden is al langer bekend. Hoe groot dit probleem op dit moment precies is, is onlangs onderzocht door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Zij hebben in samenwerking met het UMC Utrecht de ‘body mass index’ (BMI) en de buikomvang van bijna 4000 Nederlanders gemeten.

De BMI is een maat waarmee bepaald kan worden of je een gezond gewicht hebt. Deze kun je berekenen door je gewicht (in kg) de delen door het kwadraat van je lichaamslengte (in meters). Een BMI tussen de 18,5 en 25 is goed. Wanneer de BMI meer dan 25 is, is er sprake van overgewicht.

Uit het onderzoek dat de titel ‘Nederland de Maat genomen’ had, blijkt dat maar liefst 6 op de 10 mannen tussen de 30 en 70 jaar te zwaar is en dus een BMI groter dan 25 heeft. Bij de vrouwen van deze leeftijd ligt het percentage dat te zwaar is op 44%. Met name bij de vrouwen bevinden deze overtollige kilo’s zich steeds vaker als vet in de buik. En dat is ongunstig want hier drukt het vet op de belangrijke organen die zich in de buik bevinden. Een te grote buikomvang (een omtrek van meer dan 87 cm voor vrouwen en meer dan 101 cm voor mannen) kan grote risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen. Een ongezonde leefstijl met een eenzijdige, incomplete voeding en te weinig of geen lichaamsbeweging dragen voor een groot deel bij aan dit probleem.