Vitamine B12 helpt bij verlagen van het
risico op hart- en vaatziekten
Een dieet met veel rauwe, onbewerkte voedingsmiddelen zorgt voor een gunstiger vetprofiel, maar extra suppletie met vitamine B12 kan nodig zijn.
Een voeding met zoveel mogelijk onbewerkte voedingsmiddelen, waarin vooral veel rauwe groenten en fruit voorkomen, is gunstig voor het cholesterol gehalte en de hoeveelheid vetten in het bloed. Verhoogde bloedwaardes van vetten en cholesterol, waarbij vooral het ‘slechte’ LDL-cholesterol is verhoogd, kan leiden tot aderverkalking en hart- en vaatziekten. Veel mensen in de Westerse wereld hebben een te hoog LDL-cholesterol en moeten goed op hun voeding letten. Een voeding rijk aan verse (liefst onbewerkte) groenten en fruit, kan het risico op hart- en vaatziekten verlagen.
In 2005 is onderzoek gedaan naar het effect van een dieet met voornamelijk rauwe, onbewerkte voedingsmiddelen op het gehalte van vitamine B12, foliumzuur, vet, cholesterol en homocysteïne in het bloed. Al deze factoren kunnen het ontstaan van hart- en vaatziekten bevorderen (vet, cholesterol en homocysteïne) of juist verlagen (vitamine B12 en foliumzuur). Homocysteïne is een aminozuur dat, wanneer dit, net als LDL-cholesterol, in te hoge concentraties in het bloed voorkomt, kan leiden tot aderverkalking en hart- en vaatziekten. Wanneer er een tekort is aan foliumzuur en/of vitamine B12 raakt de stofwisseling van homocysteïne verstoord waardoor het homocysteïne zich gaat opstapelen in het bloed.
Een dieet rijk aan rauwe, onbewerkte voedingsmiddelen, lijkt positieve effecten te hebben op het cholesterol en vet gehalte van het bloed. Echter, bij dit dieet bestaat er een extra risico dat er tekorten ontstaan in vitamine B12, zeker wanneer er weinig dierlijke producten worden gegeten. Hierdoor stijgt juist het homocysteïne gehalte. Suppletie van vitamine B12 is dus belangrijk.
Een voeding die zoveel mogelijk is gebaseerd op onbewerkte voedingsmiddelen, rijk aan groenten en fruit en aangevuld met de juiste suppletie zoals vitamine B12, kan er dus voor zorgen dat de vethuishouding in het lichaam gunstig is en hiermee het risico op hart- en vaatziekten verkleinen.